Eet nooit een paddenstoel op basis van een website, een foto of een app. Twijfel je, eet hem dan niet. Vermoed je een vergiftiging, neem dan contact op met je huisarts of buiten kantooruren de huisartsenpost (advies van het NVIC).
De vliegenzwam is de paddenstoel die iedereen kent: rood met witte stippen. In Nederland is hij algemeen, en je ziet hem van juli tot in de late herfst. Eten kan niet: de vliegenzwam is giftig.
Herkennen
De hoed is 5 tot 20 centimeter breed, oranjerood tot rood, met witte vlokken en een gestreepte rand. Jonge exemplaren zijn vaak diep donkerrood. Na regen verbleekt de kleur soms tot oranje met gele tinten, en de vlokken spoelen er dan vaak af.
Die witte vlokken zijn resten van het vlies waarin de jonge paddenstoel zat. Dat vlies heet het universeel velum. Als de vliegenzwam uitgroeit, scheurt het open: de stukjes blijven op de hoed liggen, en onderaan de steel blijft een zakje over, de beurs.
Onder de hoed zitten plaatjes. Het vlees, de plaatjes en de sporen zijn wit, dus een sporenprint (de afdruk van de sporen) is wit. De steel is wit en 8 tot 20 centimeter lang en 1 tot 2 centimeter dik. Er zit een ring aan, en onderaan een knol met rafelige gordels. Die ring komt van een tweede vlies dat de jonge plaatjes beschermde.
Van de ruim zesduizend Nederlandse soorten paddenstoelen zijn de meeste alleen met een microscoop op naam te brengen. De vliegenzwam niet: volgens de Nederlandse Mycologische Vereniging is een rode paddenstoel met witte stippen altijd een vliegenzwam. Een hoed zonder vlokken, of een bruine hoed, is een ander verhaal (zie Lijkt op).
Waar en wanneer
De vliegenzwam groeit altijd samen met een boom. Zijn schimmeldraden groeien samen met de wortels van de boom en halen water en voedingsstoffen uit de grond. Een deel daarvan gaat naar de boom, die suikers teruggeeft. Die samenwerking heet mycorrhiza. De boom is meestal een berk, eik, den, beuk of spar, zelden een kruipwilg.
Hij houdt van zand. In Nederland staat hij vooral in het oosten en zuiden en in de duinen, in naald-, loof- en gemengde bossen en lanen. Steeds vaker vind je hem buiten het bos. Door stikstofverrijking zijn de bossen sterk veranderd, en de soort staat nu vooral in wegbermen met bomen, in lanen en in parken, ook langs wegen waar zand is aangebracht.
Het seizoen loopt van juli tot in de late herfst, met een piek rond eind augustus.
Giftig
De vliegenzwam is giftig. Hij bevat iboteenzuur, muscimol, muscazon en muscarine, het meest in de rode hoed. Volgens Natuurpunt werkt hij sterk hallucinogeen en vergiftigend. Hoe sterk hangt af van de persoon en de hoeveelheid gif, en die hoeveelheid verschilt van plek tot plek. Volgens dezelfde bron kan het de dood tot gevolg hebben.
Aanraken is geen probleem: aanraken kan nooit kwaad, schrijft de NMV. Denk je dat iemand ervan gegeten heeft, neem dan contact op met de huisarts of de huisartsenpost. Die kan dag en nacht het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum bereiken.
Waar de naam vandaan komt
Er zijn twee verhalen, allebei over vliegen. Volgens de NMV mengden veehouders de witte vlokken met water tegen vliegen in de stal. Natuurpunt vertelt dat de paddenstoel op boerenerven werd gekookt in melk met stroop: vliegen stierven als ze erin terechtkwamen.
Bescherming
De vliegenzwam is niet bedreigd. De categorie op de Nederlandse Rode Lijst staat in de kerngegevens.
Lijkt op
Natuurpunt noemt drie soorten die op de vliegenzwam lijken:
- Panteramaniet (Amanita pantherina), net als de vliegenzwam een amaniet.
- Oranjerode stropharia (Stropharia aurantiaca).
- Gewone beurszwam (Volvariella gloiocephala).
